
Boortoren in de Bakken, VS
Tot september 2014 kostte olie ruim 100 dollar per vat. Anderhalf jaar later was dat minder dan 30 dollar. Amerikaanse schalieolie en een prijzenoorlog zorgden voor een enorm overschot. Wat betekent die les voor wie nu tankt?
Na het record van 2008 klom de olieprijs snel terug. In 2012 kostte een vat olie nog meer dan 125 dollar en tot september 2014 bleef de prijs boven de 100 dollar. Daarna ging het hard omlaag. In januari 2016 zakte olie onder de 30 dollar per vat. Een terugblik op de grote olieprijscrash van 2014 tot 2016, en wat die ons leert over de prijs aan de pomp.
Schalieolie uit Amerika
De belangrijkste oorzaak lag in de Verenigde Staten. Door de hoge olieprijzen werd het lonend om olie uit schaalgesteente te halen met fracking, een techniek waarbij gesteente onder hoge druk wordt opengebroken. Volgens het Wikipedia-overzicht van het olie-overschot steeg de Amerikaanse productie van ongeveer 6 miljoen vaten per dag in 2011 tot bijna 10 miljoen eind 2014. Die extra olie kwam vooral uit North Dakota, waar de foto bij dit bericht is gemaakt, en uit Texas, New Mexico en Oklahoma. Ook Canada pompte meer, vooral uit de oliezanden in Alberta.
Daardoor hoefde Amerika veel minder olie in te voeren. De wereldwijde voorraden in opslag liepen op tot recordhoogte.
Minder vraag en een prijzenoorlog
Tegelijk groeide de vraag minder hard. De Chinese economie vertraagde, onder meer door de beurscrash van 2015, en daarmee daalde de honger naar olie en andere grondstoffen. Ook beleid tegen klimaatverandering, zoals zuinigere auto's, hogere brandstofbelasting en meer wind- en zonne-energie, maakte duidelijk dat het olieverbruik niet eindeloos zou blijven stijgen.
In het najaar van 2014 koos Saoedi-Arabië ervoor om binnen de Opec niet minder maar juist meer te laten pompen. Het doel was volgens veel kenners om dure schalieolie onrendabel te maken. Ook de rivaliteit met Iran en Rusland zou een rol hebben gespeeld. Toen de sancties tegen Iran werden opgeheven, dreigde er nog meer olie bij te komen, terwijl de markt al een overschot had van minstens 2 miljoen vaten per dag. Eind 2015 zei een grote oliehandelaar: "De wereld drijft op olie."
Herstel en nieuwe dip
In de loop van 2016 kroop de prijs terug naar boven de 40 dollar. Saoedi-Arabië gaf de prijzenoorlog in feite op en de Opec ging samenwerken met andere olielanden om de prijs te steunen. Daaruit ontstond de groep die we nu kennen als Opec+. Op 3 oktober 2018 stond Brent weer op 86,29 dollar, waarna de prijs in november met ongeveer 22 procent zakte. Pas begin 2022 kwam Brent opnieuw boven dat niveau.
Voor olielanden was de crash een harde klap. Venezuela, dat bijna al zijn export uit olie haalde, belandde in een diepe economische crisis. Ook andere Opec-landen als Algerije, Libië, Irak en Nigeria kwamen in de problemen.
Wat leert 2014 de automobilist van nu?
De olieprijs is maar één onderdeel van de literprijs. Accijns, btw en kosten van raffinage, transport en het tankstation dalen niet mee als olie goedkoper wordt. Een olieprijs die met ruim twee derde zakt, levert aan de pomp dus een veel kleinere daling op. Ook de dollarkoers telt mee, omdat olie in dollars wordt betaald.
- Reken met echte bedragen. Met onze tankkosten-calculator zie je wat een paar cent per liter verschil per tankbeurt en per jaar uitmaakt.
- Verwacht geen wonderen. Ook bij een flinke daling van de olieprijs blijft de belasting het grootste deel van de prijs. Lees meer in ons stuk over de accijns in 2026.
- Kijk over de grens. Woon je dicht bij België of Duitsland, bekijk dan met tanken over de grens of tanken daar goedkoper uitvalt.
De crash van 2014 lijkt op die van 1986: hoge prijzen lokten nieuw aanbod uit, en dat drukte de prijs jaren later hard omlaag. Dure olie blijft zelden voor altijd duur, maar het herstel van je portemonnee gaat langzamer dan de olieprijs doet vermoeden.