Dollarkoers en pompprijs: waarom de euro meetelt

Gepubliceerd:

Een grote ruwe-olietanker ligt aan de kade in de haven van Rotterdam

Archieffoto

Foto: Alfvanbeem via Wikimedia Commons · Licentie: CC0

Ruwe olie wordt in dollars betaald, jij tankt in euro's. Zakt de euro, dan wordt tanken duurder, ook als de olieprijs gelijk blijft. Zo groot is dat effect.

In het nieuws gaat het bijna altijd over de olieprijs in dollars. Brent-olie kostte eind oktober volgens Reuters bijna 118 dollar per vat. Maar jij betaalt aan de pomp in euro's. Tussen die twee zit een stap die vaak vergeten wordt: de wisselkoers van de euro tegenover de dollar. Die koers kan tanken duurder of goedkoper maken, ook als de olieprijs zelf geen cent verandert.

Waarom dollars? Ruwe olie wordt op de wereldmarkt in Amerikaanse dollars verhandeld. Een Nederlandse raffinaderij of handelaar die een lading koopt, moet dus eerst euro's omzetten in dollars. Hoe meer dollars je voor een euro krijgt, hoe minder euro's een vat olie kost. Wordt de euro zwakker, dan heb je meer euro's nodig voor hetzelfde vat.

Hoe staat de koers nu? De Europese Centrale Bank publiceert elke werkdag een referentiekoers. Op 1 oktober 2026 was een euro 1,1298 dollar waard. Daarna zakte de euro langzaam, tot 1,1130 dollar op 29 oktober. Op vrijdag 30 oktober stond de koers op 1,1172 dollar. De euro werd in oktober dus iets minder waard, met ruim 1 procent.

Wat betekent dat per liter? Een vat olie is 159 liter. Bij 118 dollar per vat en een koers van 1,1172 kost een vat ongeveer 105,60 euro. Dat is zo'n 66 cent per liter ruwe olie. Een rekenvoorbeeld laat zien wat de koersdaling van oktober deed: bij dezelfde 118 dollar werd een liter ruwe olie door de zwakkere euro ongeveer 1 cent duurder. Dat merk je aan de pomp nauwelijks, zeker naast de grote schommelingen van de olieprijs zelf.

Bij een grote koersdaling wordt het anders. Stel dat de euro zakt van 1,12 naar 1,02 dollar, een daling van bijna 9 procent. Dan stijgt de prijs van een liter ruwe olie bij 118 dollar per vat met ongeveer 6,5 cent. Over dat bedrag betaal je ook nog 21 procent btw, dus aan de pomp kan het oplopen tot bijna 8 cent per liter. Dit is een vereenvoudigd rekenvoorbeeld. In werkelijkheid kopen tankstations geen ruwe olie maar benzine en diesel, waarvan de prijs ook in dollars wordt bepaald, en spelen raffinagemarges en voorraden mee. De richting klopt wel: een zwakke euro maakt tanken duurder.

Accijns beweegt niet mee. Het grootste deel van de pompprijs bestaat uit accijns en btw. De accijns is een vast bedrag per liter in euro's en heeft niets met de dollar te maken. Daardoor werkt een koersverandering minder sterk door dan je zou denken. Hoe die liter precies is opgebouwd, lees je in ons stuk over wat er in de prijs van een liter benzine zit.

Onze duiding voor de automobilist. Kijk bij olienieuws niet alleen naar het aantal dollars per vat. Een stijgende olieprijs plus een zakkende euro is de slechtste combinatie: dan versterken de twee elkaar. Andersom kan een sterke euro een deel van een olieprijsstijging opvangen. Over een paar weken is het verschil klein, over maanden kan het oplopen. Wie veel rijdt, merkt een paar cent per liter wel: bij 1.500 liter per jaar is 5 cent per liter al 75 euro.

Wil je weten wat jij kwijt bent? Reken met de tankkostencalculator uit wat een volle tank kost bij een paar cent meer of minder. En omdat de koers in België en Duitsland net zo goed meetelt, blijft het verschil met Nederland vooral een kwestie van accijns. Kijk op tanken over de grens wat je daar bespaart.

Bron: Europese Centrale Bank

Zelf uitrekenen

← Terug naar het nieuwsoverzicht