
Van elke liter benzine of diesel gaat een groot deel naar de overheid. Zo is de pompprijs opgebouwd uit inkoop, marge, accijns en btw, en dit betekent het voor jouw tankbeurt.
Aan de pomp zie je één getal: de prijs per liter. Maar achter dat getal zitten meerdere onderdelen, en maar een deel daarvan is echt de brandstof zelf. Wie weet hoe de prijs is opgebouwd, begrijpt ook beter waarom de pompprijs soms nauwelijks daalt als de olieprijs zakt, en waarom tanken over de grens vaak goedkoper is.
De vier bouwstenen. Grofweg bestaat de prijs van een liter benzine of diesel uit vier delen. Ten eerste de inkoopprijs van de brandstof: ruwe olie die in een raffinaderij wordt omgezet in benzine of diesel. Ten tweede de kosten en marge van oliemaatschappij en tankstation: transport, opslag, personeel, de pomp zelf en winst. Ten derde de accijns, een vaste belasting per liter. En ten vierde de btw van 21%, die over alles samen wordt berekend.
Accijns: een vast bedrag per liter. Accijns is geen percentage maar een vast bedrag, wat de olieprijs ook doet. Volgens Rijksoverheid is het tarief in 2026 € 0,845 per liter benzine en € 0,552 per liter diesel. Op lpg is dat € 0,199 per liter. Dit zijn al verlaagde tarieven: zonder de tijdelijke korting zou benzine € 1,0021 en diesel € 0,6543 per liter accijns kosten. De korting loopt tot en met 31 december 2026. Het kabinet wil de verlaging voor benzine en diesel verlengen tot eind 2027, maar dat staat in het Belastingplan 2027 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer.
Btw: belasting over belasting. De btw van 21% wordt niet alleen geheven over de brandstof en de marge, maar ook over de accijns. Je betaalt dus btw over een belasting. Omdat de btw een percentage is, groeit dat bedrag mee met de pompprijs: hoe duurder de liter, hoe meer btw. Een handige rekenregel: van elke prijs inclusief 21% btw is ongeveer 17,4% btw (21 gedeeld door 121).
Een eigen rekenvoorbeeld. Stel dat een liter benzine € 2,00 kost. Daarvan is ongeveer € 0,35 btw. Daarnaast zit er € 0,845 accijns in. Samen is dat bijna € 1,20, dus ongeveer drie vijfde van de pompprijs gaat naar de overheid. De overige zo'n 80 cent moet de inkoop van de brandstof, transport, opslag en de marges van oliemaatschappij en tankstation dekken. Bij diesel is de accijns lager, waardoor het belastingdeel kleiner is en de literprijs meestal lager uitvalt dan bij benzine. Dit is een illustratie met een rond bedrag; de echte pompprijs verschilt per dag en per station.
Waarom daalt de pompprijs zo traag? Omdat accijns een vast bedrag is, beweegt alleen het brandstofdeel mee met de olieprijs. Zakt de olieprijs met tien procent, dan daalt de pompprijs dus veel minder dan tien procent. Daarbij koopt een tankstation zijn voorraad eerder in, en speelt ook de dollarkoers mee, want olie wordt in dollars verhandeld. Een stijging of daling op de oliemarkt zie je daardoor vaak met wat vertraging en afgezwakt terug aan de pomp.
Wat betekent dit voor jou als automobilist? Ten eerste: de grootste prijsverschillen tussen landen komen door belasting. Nederland heeft een van de hoogste accijnzen op benzine in Europa. Daarom kan tanken in België of Duitsland flink schelen; met onze rekenhulp tanken over de grens zie je of de omrijkilometers het waard zijn. Ten tweede: de verschillen tussen tankstations in Nederland zitten vooral in het deel dat níet belasting is. Langs de snelweg betaal je vaak meer dan bij een onbemand station in de stad, terwijl de accijns overal gelijk is. Ten derde: let op 1 januari. Dan worden accijnstarieven vaak aangepast. Loopt de korting af zonder verlenging, dan stijgt de prijs per liter in één keer.
Zelf narekenen. Wil je weten wat een volle tank of een rit jou kost? Met de tankkosten-rekenhulp vul je je literprijs en tankinhoud in, en met ritkosten berekenen zie je wat een enkele reis kost. Zo zie je meteen wat een paar cent verschil per liter over een jaar betekent.
Bron: Rijksoverheid