
Januari 1986
Na de oliecrises van de jaren zeventig zakte de olieprijs in 1986 van 27 dollar tot onder de 10 dollar per vat. Super ging aan de Nederlandse pomp onder de 1,60 gulden. Wat leert die crash de automobilist van nu?
Olieschokken gaan niet alleen omhoog. Na de crises van 1973 en 1979 kwam in de jaren tachtig het omgekeerde: een wereldwijd overschot aan olie. In 1986 zakte de olieprijs van 27 dollar tot onder de 10 dollar per vat. Ook in Nederland ging de benzine flink omlaag. Op de foto bij dit bericht, gemaakt op 29 januari 1986, zakt superbenzine onder de 1,60 gulden per liter. Een terugblik op de grootste prijsval van die tijd.
Hoe het overschot ontstond
De hoge prijzen van de jaren zeventig hadden twee gevolgen. Mensen en bedrijven gingen zuiniger met olie om, en elders in de wereld werd het ineens lonend om naar olie te boren. Volgens het Wikipedia-overzicht van het olie-overschot daalde het olieverbruik in de VS, Europa en Japan tussen 1979 en 1981 met 13 procent. Nieuwe auto's in de VS werden veel zuiniger: van ongeveer 17 liter per 100 kilometer in 1975 naar 11 liter in 1982. Elektriciteit werd vaker opgewekt met kolen, kernenergie en aardgas in plaats van olie.
Tegelijk kwam er veel nieuwe olie bij, onder meer uit Siberië, Alaska, de Golf van Mexico en de Noordzee, vlak voor onze kust. Landen buiten de Opec produceerden in 1981 al meer dan de Opec zelf. Het marktaandeel van de Opec zakte van ongeveer de helft in de jaren zeventig tot minder dan een derde in 1985.
Saoedi-Arabië draait de kraan open
De Opec probeerde de prijs hoog te houden door minder te pompen. Vooral Saoedi-Arabië deed dat, terwijl andere leden zich vaak niet aan hun afspraken hielden. De Saoedische productie zakte van ongeveer 10 miljoen vaten per dag in 1981 naar zo'n 3,5 miljoen in 1985. In 1985 had het land er genoeg van. Het stopte met inleveren en ging weer op volle kracht produceren. Daardoor ontstond een enorm overschot en zakte de prijs tot soms maar 7 dollar per vat. Alleen al in 1986 halveerde de olieprijs.
Winnaars en verliezers
Voor landen die olie kopen, zoals Nederland, was de crash goed nieuws. Voor olielanden was het een klap. Mexico kwam in een schuldencrisis, de economie van Venezuela kromp en ook de Sovjet-Unie verloor veel inkomsten. In de VS daalde het aantal boortorens van bijna 2.300 eind 1985 naar nauwelijks 1.000 een jaar later. Irak, met weinig inkomsten na de oorlog met Iran, was boos op Koeweit omdat dat land meepompte aan het overschot. Dat speelde mee bij de inval in Koeweit in 1990, waarover we eerder schreven bij de Golfoorlog van 1990.
Wat leert 1986 de automobilist van nu?
De belangrijkste les: hoge prijzen lossen zichzelf vaak deels op, omdat ze zuiniger gebruik en nieuw aanbod uitlokken. Maar dat kost jaren, geen weken. Daarnaast geldt toen en nu dat de pompprijs minder hard daalt dan de olieprijs. Accijns en btw maken een groot deel van de literprijs uit en die zakken niet mee. Een halvering van de olieprijs betekent dus nooit een halvering aan de pomp.
- Reken met echte bedragen. Met onze tankkosten-calculator zie je wat een paar cent per liter meer of minder per tankbeurt en per jaar scheelt.
- Zuinig rijden blijft lonen. De zuinigere auto's van de jaren tachtig hielpen de prijs omlaag. Ook nu bespaar je met rustig rijden en de juiste bandenspanning direct brandstof.
- Kijk over de grens. Woon je dicht bij België of Duitsland, bekijk dan met tanken over de grens of daar tanken loont.
Eerder blikten we terug op de oliecrisis van 1979 en het record van 2008. Samen laten ze zien dat de olieprijs in golven beweegt, met lange periodes van dure en goedkope olie.