Oliecrisis 1979: olieprijs ruim verdubbeld in een jaar

Gepubliceerd:

Lange rij auto's die wachten bij een tankstation in Maryland in juni 1979

Maryland, juni 1979

Foto: Warren K. Leffler (Library of Congress) via Wikimedia Commons · Licentie: Publiek domein

Na de Iraanse revolutie viel maar zo'n 4 procent van de wereldwijde olie weg, toch ging de prijs in twaalf maanden naar 39,50 dollar per vat. Wat leert de tweede oliecrisis de automobilist van nu?

Onrust rond Iran, een nerveuze oliemarkt en automobilisten die zich afvragen hoe duur tanken nog wordt: het klinkt als 2026, maar het gebeurde ook in 1979. Toen zorgde de Iraanse revolutie voor wat de geschiedenisboeken de tweede oliecrisis noemen. Het opvallende: er viel maar een klein deel van de olie weg, en toch ging de prijs door het dak. Een terugblik, en wat je er vandaag mee kunt.

Staking en revolutie in Iran

Het begon in november 1978. Zo'n 37.000 medewerkers van de Iraanse staatsraffinaderijen gingen in staking. De olieproductie zakte daardoor van 6 miljoen naar ongeveer 1,5 miljoen vaten per dag. De regering zette marinepersoneel in en eind november draaide de productie weer bijna normaal.

Rustig werd het niet. Op 16 januari 1979 verliet de sjah, Mohammad Reza Pahlavi, het land. Ayatollah Khomeini werd de nieuwe leider. Onder de nieuwe regering kwam de olie-export later weer op gang, maar wisselend en op een lager niveau. Dat dreef de prijs verder op.

Weinig olie weg, toch een enorme prijssprong

Saoedi-Arabië en andere OPEC-landen pompten meer op om het gat te dichten. Begin 1979 was de wereldwijde productie daardoor maar zo'n 4 procent lager. Toch reageerde de markt heftig. Begin april 1979 kostte een vat ruwe olie in de Verenigde Staten gemiddeld 15,85 dollar. In de twaalf maanden na de revolutie steeg de prijs naar 39,50 dollar per vat, ruim een verdubbeling. Omgerekend naar geld van 2025 is dat zo'n 175 dollar per vat. Pas op 3 maart 2008 werd die prijs, gecorrigeerd voor inflatie, weer overtroffen.

In 1980 brak de oorlog tussen Iran en Irak uit. Dat kostte nog eens ongeveer 7 procent van de wereldwijde productie. Pas halverwege de jaren tachtig was de olieprijs terug op het niveau van voor de crisis.

Rijen bij de pomp, en motoren die stationair draaiden

In de Verenigde Staten sloeg de paniek toe. Automobilisten herinnerden zich de tekorten van 1973 en gingen hamsteren. Er ontstonden lange rijen bij tankstations, zoals op de foto in Maryland. Ironisch genoeg kostte dat wachten zelf ook brandstof: een auto uit die tijd verbruikte stationair zo'n 2 tot 3 liter per uur. Naar schatting verspilden Amerikanen tot 150.000 vaten olie per dag met draaiende motoren in de rij.

Verschillende staten voerden een even-oneven-systeem in: met een oneven kenteken mocht je alleen op oneven dagen tanken. Er werden zelfs bonnen voor brandstof gedrukt, maar die zijn nooit gebruikt.

Zuiniger auto's als blijvend gevolg

De crisis veranderde de automarkt. Kleine, zuinige Japanse auto's werden populair; hun aandeel in de Amerikaanse verkoop steeg van 9 procent in 1976 naar 21 procent in 1980. Het gemiddelde verbruik van Amerikaanse auto's daalde van ongeveer 16 liter per 100 kilometer in 1979 naar 13 liter in 1985 en 12 liter in 1990. Tegelijk zochten landen olie buiten OPEC, zoals in de Noordzee en Alaska. Het marktaandeel van OPEC zakte van 50 procent in 1979 naar 29 procent in 1985.

Wat dit betekent voor de automobilist van nu

Ook nu houdt de spanning in de Golfregio de olieprijs hoog, zoals je leest in ons stuk over de Straat van Hormuz. De crisis van 1979 leert drie dingen.

  • Een klein tekort kan een grote prijssprong geven. Er viel maar een paar procent olie weg, maar angst en onzekerheid zorgden voor een verdubbeling. Nieuws over aanvoerroutes en productie weegt daarom zwaar.
  • Hamsteren werkt averechts. De rijen van 1979 maakten het tekort alleen maar groter. Tank gewoon wanneer het nodig is en vermijd paniek aan de pomp.
  • Zuiniger rijden is de stille winnaar. Toen niet, en nu niet, heb je invloed op de olieprijs. Op je eigen verbruik wel. Ook met een moderne auto is het verschil tussen rustig en gehaast rijden goed te merken in je portemonnee.

In Nederland bestaat een groot deel van de literprijs uit accijns en btw, dus de pompprijs schommelt minder hard dan de olie zelf. Woon je dicht bij de grens, dan kan tanken in België of Duitsland schelen, zolang het omrijden het voordeel niet opeet. Reken het uit met de rekenhulp tanken over de grens. Wat een rit je bij de huidige prijzen kost, zie je met de ritkosten-rekenhulp.

Bron: Wikipedia, 1979 oil crisis.

Bron: Wikipedia – 1979 oil crisis

Zelf uitrekenen

← Terug naar het nieuwsoverzicht