
Brega, Libië, februari 2011
Door de oorlog in Libië verdween in 2011 veel lichte olie van de markt. Voor de derde keer ooit zetten de IEA-landen samen hun noodvoorraden in: 60 miljoen vaten in een maand. Wat deed dat, en wat betekent zo'n ingreep voor jouw tank?
Als ergens in de wereld olie wegvalt, hebben rijke olie-importerende landen een noodrem: hun strategische voorraden. Die rem wordt zelden gebruikt. In juni 2011 gebeurde het voor pas de derde keer in de geschiedenis van het Internationaal Energieagentschap (IEA). De aanleiding was de oorlog in Libië. Een terugblik op die ingreep, en wat je er als automobilist van kunt leren nu noodvoorraden weer regelmatig in het nieuws zijn.
Libische olie viel weg
Libië levert lichte, zoete ruwe olie. Dat is olie met weinig zwavel, waar raffinaderijen relatief makkelijk benzine en diesel van maken. Door de onrust in het land viel een groot deel van die productie stil. Volgens het persbericht van het IEA van 22 juni 2011 was er eind mei al 132 miljoen vaten van deze olie van de markt verdwenen. Analisten verwachtten dat de Libische olie de rest van het jaar grotendeels zou wegblijven. Daar kwam bij dat raffinaderijen in de zomer altijd meer olie verwerken, onder meer omdat er dan meer gereden wordt. Het IEA vreesde dat de krappe markt het nog broze economische herstel zou ondermijnen.
60 miljoen vaten in een maand
De 28 IEA-landen spraken af om samen 60 miljoen vaten olie beschikbaar te maken, gemiddeld 2 miljoen vaten per dag gedurende 30 dagen. Volgens de Amerikaanse energiestatistiekdienst EIA nam de Verenigde Staten de helft voor zijn rekening: 30 miljoen vaten ruwe olie uit de Strategic Petroleum Reserve, de Amerikaanse noodvoorraad in zoutkoepels langs de Golf van Mexico. Die voorraad zat toen met 726,6 miljoen vaten bijna aan zijn maximum. De andere landen leverden samen de rest, als ruwe olie of als brandstof.
Het IEA benadrukte dat de ingreep een brug moest slaan. Grote olielanden hadden aangekondigd meer te gaan pompen, maar dat kost tijd. De noodolie moest het gat dichten tot die extra olie de markt bereikte. De eerdere twee keren dat de IEA-landen samen ingrepen waren na de Iraakse inval in Koeweit in 1990/1991 en na orkaan Katrina in 2005. Over beide schreven we eerder: de Golfoorlog van 1990 en orkaan Katrina.
Hoe het afliep
In september 2011 sloot het IEA de actie af. Volgens een bericht van World Oil kwam van de 60 miljoen vaten zo'n 38 miljoen uit publieke voorraden. De overige 22 miljoen kwamen vrij doordat oliebedrijven tijdelijk minder verplichte voorraad hoefden aan te houden. De markt nam 97 procent van de aangeboden publieke voorraad af. Het IEA concludeerde dat het wegvallen van Libië was opgevangen door de noodolie samen met extra productie van olielanden, terwijl de verwachte vraag naar olie inmiddels zwakker was. Geen enkel land hoefde onder zijn wettelijke minimum van 90 dagen netto-import te zakken; de voorraden mochten in 2011 en 2012 in eigen tempo weer worden aangevuld.
Wat betekent dit voor de Nederlandse automobilist?
De les van 2011 is dat een noodvoorraad een buffer is, geen prijsknop. Zestig miljoen vaten klinkt enorm, maar het IEA meldde zelf dat de lidstaten samen meer dan 4,1 miljard vaten in voorraad hadden. De ingreep was bedoeld om een tekort te overbruggen, niet om benzine goedkoop te maken. Dat zag je ook in 2022, toen ook Nederland olie uit zijn noodvoorraad vrijgaf en de pompprijs toch hoog bleef.
Daarbij komt dat de olieprijs maar een deel van de literprijs is. Accijns en btw veranderen niet als er noodolie op de markt komt. Een daling van de olieprijs werkt dus maar beperkt door aan de pomp, en vaak met vertraging.
- Reken het zelf uit. Met de tankkosten-calculator zie je wat een paar cent per liter meer of minder per tankbeurt en per jaar scheelt.
- Kijk over de grens. Woon je dicht bij België of Duitsland, bekijk dan met tanken over de grens of het loont om daar te tanken.
- Wacht niet op de noodrem. Hoor je dat landen hun voorraden inzetten, reken dan niet op een snelle prijsval. Tank gewoon wanneer het nodig is en vergelijk prijzen in je eigen buurt.