
Prijsbord VS, 31 augustus 2005
Eind augustus 2005 legde orkaan Katrina olieplatforms en raffinaderijen in de Golf van Mexico stil. Ruwe olie haalde een record en benzine werd in de VS binnen een dag tientallen centen duurder. Wat leert dat de Nederlandse automobilist?
Eind augustus 2005 trok orkaan Katrina over Louisiana, Mississippi en de omliggende staten. De storm was vooral een menselijke ramp, maar raakte ook het hart van de Amerikaanse olie-industrie. Binnen een paar dagen schoten de olieprijs en de prijs aan de pomp omhoog, in Amerika en ook in Europa. Een terugblik op Katrina, en wat die storm laat zien over hoe kwetsbaar de prijs van je tankbeurt is.
Raffinaderijen in de vuurlinie
De kust van de Golf van Mexico is een van de belangrijkste olieregio's van de Verenigde Staten. Volgens het Wikipedia-overzicht van de economische gevolgen van Katrina kwam voor de storm een tiende van alle ruwe olie die Amerika verbruikte uit raffinaderijen langs die kust, en bijna de helft van de benzine die het land zelf maakte. Ook de strategische oliereserve van de VS ligt in dat gebied.
Katrina sloeg hard toe. Minstens twintig olieplatforms op zee waren vermist, gezonken of op drift geraakt. De haven Port Fourchon, waar ongeveer 16 procent van de Amerikaanse olie en gas doorheen gaat, kreeg een voltreffer. De grote olie-importhaven voor de kust van Louisiana ging al op 27 augustus dicht, al kon die na het herstel van de stroom snel weer open. Op 31 augustus lagen acht raffinaderijen in de regio stil. Door stroomuitval vielen ook pompen in pijpleidingen uit, waardoor benzine en diesel minder makkelijk naar de oostkust konden.
Record voor olie, rijen aan de pomp
Uit angst dat de Amerikaanse olieproductie met een derde zou dalen, schommelde de olieprijs flink. De Amerikaanse olie WTI ging naar een record van meer dan 70 dollar per vat. Voor de storm kostte benzine in de VS gemiddeld ongeveer 2,50 dollar per gallon, omgerekend zo'n 66 dollarcent per liter. Op sommige plekken werd daarna tot 6 dollar per gallon gevraagd, ongeveer 1,59 dollar per liter.
Het prijsbord op de foto bij dit bericht laat zien hoe snel dat ging. Bij dit tankstation in Virginia was benzine op 31 augustus al 30 cent per gallon duurder dan de dag ervoor, en voor het einde van die dag kwam er nog eens 20 cent bij. Veel automobilisten gingen snel tanken uit angst voor nog hogere prijzen. Daardoor ontstonden lange rijen en raakten in North Carolina veel pompen leeg.
Ook Europa merkte het. In het Verenigd Koninkrijk kostte loodvrije benzine op veel plekken voor het eerst 1 pond per liter. Gemiddeld lag de prijs rond 95 pence, ongeveer 3 procent hoger dan voor de storm.
Snel ingrijpen, traag herstel
De Amerikaanse overheid greep in. Tijdelijk golden soepelere eisen voor brandstof, er ging olie uit de strategische reserve en buitenlandse schepen mochten olie tussen Amerikaanse havens vervoeren. Toch ging het herstel niet vanzelf. Op 7 september draaide de olieproductie in de Golf weer op 42 procent van normaal. Van de tien raffinaderijen die door Katrina waren stilgevallen, zouden er vier binnen een week weer volledig draaien, maar vier andere lagen mogelijk maanden stil.
Wat leert Katrina de automobilist van nu?
Katrina laat zien dat niet alleen de prijs van ruwe olie telt. Ook als er genoeg olie is, kan een tekort aan raffinagecapaciteit benzine en diesel duurder maken. Daarom stijgt de pompprijs soms harder dan de olieprijs, zoals we ook zagen bij de hoge raffinagewinsten van oliebedrijven.
- Niet in paniek tanken. Hamsteren zorgde in 2005 juist voor lege pompen. Een volle tank op een dure dag levert je weinig op.
- Reken het na. Met onze tankkosten-calculator zie je wat een paar cent per liter meer per tankbeurt en per jaar kost.
- Kijk over de grens. Woon je dicht bij België of Duitsland, check dan met tanken over de grens of je daar goedkoper uit bent.
Net als de aanval op Abqaiq in 2019 laat Katrina zien dat één klap op één plek de hele wereldmarkt kan raken. Zulke schokken zijn vaak heftig maar kort. Wie zijn tankbeurten slim plant, merkt er het minst van.