
Literprijs met tiende cent (archief)
Een liter benzine kost nooit gewoon 2,46 euro, maar 2,459. Waar komt die tiende cent vandaan, en wat scheelt die 9 je echt? We rekenen het na.
Kijk op een willekeurig prijsbord langs de weg en je ziet het: benzine kost geen 2,46 euro, maar 2,459. Diesel net zo. Een munt van een tiende cent bestaat niet, en toch staat die derde decimaal overal. Lezers van onder meer Radar en het AD stelden er de vraag over. Het antwoord bestaat uit drie delen, en het goede nieuws: het kost je bijna niets.
1. De inkoop gaat ook in tiende centen
Volgens een woordvoerder van NOVE, de brancheorganisatie voor zelfstandige brandstofhandel, rekent de handel bij de inkoop zelf al met tiende centen. Dat is logisch als je bedenkt dat er per levering grote hoeveelheden overgaan: in één tankwagen gaat volgens NOVE ruim 40.000 liter. Bij zo'n vracht telt een tiende cent per liter op tot zo'n 40 euro per lading. Tankstations nemen die nauwkeurige inkoopprijs mee in hun eigen pompprijs.
Daar komt bij dat de pompprijs uit veel losse stukken bestaat: de inkoopprijs van de brandstof, de accijns, de marge van het station en de btw over het geheel. De olieprijs schommelt dagelijks, waardoor het eindbedrag zelden netjes op een hele cent uitkomt. Hoe die opbouw precies werkt, lees je in wat zit er in de prijs van een liter benzine.
2. Een gewoonte uit de tijd van de gulden
De tweede reden is historisch. In de beginjaren van de auto kostte een liter benzine volgens NOVE nog ver onder de gulden. Om goedkoper te lijken dan de buurman, ging een pomphouder een of meer tienden onder diens prijs zitten. Bij zulke lage literprijzen was een tiende cent een merkbaar verschil. Die manier van concurreren is gebleven, ook nu een liter rond de 2,40 tot 2,50 euro kost.
3. De 9 werkt op je brein
Dan het laatste cijfer, dat bijna altijd een 9 is. Dat is gewone prijspsychologie, dezelfde als bij een trui van 39,99 euro. AD-autoredacteur Niek Schenk noemde het al in 2022 een kunstje dat veel winkeliers verstaan: door niet af te ronden lijkt het product goedkoper. Een prijs die met 2,45 begint, voelt goedkoper dan 2,46, terwijl het verschil een tiende cent is.
Wat scheelt die 9 je echt?
Weinig. Een rekenvoorbeeld met een literprijs van 2,459 euro in plaats van afgerond 2,46 euro:
- per liter scheelt het 0,1 cent;
- bij een volle tank van 50 liter is dat 5 cent;
- wie 1.000 liter per jaar tankt, houdt er 1 euro aan over.
Aan de kassa wordt het totaalbedrag gewoon afgerond op hele centen. Tank je 40 liter tegen 2,459 euro, dan betaal je precies 98,36 euro. Bij 37,5 liter komt de som uit op 92,2125 euro en reken je 92,21 euro af.
Waar het verschil wél zit
Het prijsverschil tussen tankstations is vele malen groter dan die tiende cent. Een station dat 10 cent per liter goedkoper is, scheelt bij 50 liter al 5 euro: honderd keer zoveel als de 9 op het bord. Langs de snelweg betaal je doorgaans meer dan bij een onbemand station, en net over de grens kan het nog meer schelen.
Kijk dus vooral naar de eerste twee cijfers achter de komma, niet naar de derde. Wat een tankbeurt je kost, reken je snel uit met de tankkosten-calculator. Woon je in de buurt van België of Duitsland, bereken dan met tanken over de grens of de omweg loont.
Bron: Radar (AVROTROS)