
Tolstation Campegine (A1)
Bijna elke Italiaanse snelweg is een tolweg, en op een paar wegen rijd je zonder poortjes langs camera's. Wie dan niet binnen 15 dagen betaalt, riskeert € 87 tot € 315 boete.
Wie met de auto naar Italië rijdt, voor de wintersport in de Dolomieten of later in het jaar voor een stedentrip, betaalt bijna altijd tol. Volgens de ANWB zijn de meeste Italiaanse autosnelwegen tolwegen. Een vignet heb je in Italië niet nodig: je betaalt per rit, meestal bij een tolpoort als je de snelweg verlaat. Maar op een paar wegen werkt het anders, en daar gaat het voor buitenlanders nog weleens mis.
Wegen zonder tolpoortjes
Op enkele Italiaanse wegen geldt elektronische tol, 'free flow' genoemd. Er staan geen poortjes, camera's leggen je kenteken vast. Volgens de ANWB gaat het om:
- de A36, de ringweg ten noorden van Milaan (Pedemontana);
- de A60, de ringweg ten zuiden van Varese;
- de A59 bij Como;
- de A33 tussen Asti en Cuneo.
Met een tolbadge wordt het bedrag daar automatisch afgeschreven. Zonder badge moet je zelf binnen 15 dagen online betalen bij de tolmaatschappij: je maakt een account aan, vult je kenteken in zonder streepjes en betaalt met een creditcard. Betaal je niet of te laat, dan riskeer je volgens de ANWB een boete van € 87 tot € 315. Rijd je via het Comomeer of rond Milaan, check dan vooraf of je route over een van deze wegen loopt.
Betalen bij een tolpoort
Op de gewone tolwegen pak je bij het oprijden een ticket en betaal je bij het afrijden. Dat kan op vijf manieren:
- Met een tolbadge rijd je door de poortjes met het gele bord en de letter 'T' (Telepass). Kies zonder badge nooit zo'n poortje.
- Met een creditcard kun je bij vrijwel alle poortjes betalen, een pincode is niet nodig. Kies een poortje met het opschrift 'Carte'.
- Een Nederlandse pinpas met Maestro-logo wordt soms geaccepteerd, maar niet overal.
- Contant kan bij alle bemande tolhokjes, al komen er steeds meer poorten waar contant niet meer gaat.
- Lukt betalen niet, dan gaat de slagboom na korte tijd toch open. Je krijgt dan een ticket met 'mancato pagamento' (toll unpaid). Je hebt daarna 15 dagen om alsnog te betalen, bij een bemande tolpoort of online bij de tolmaatschappij. Wie dat laat liggen, kan thuis een naheffing verwachten.
Let op twee afritten waar je alleen met een badge door kunt of achteraf moet betalen: Albiano-Ceparana op de A12 en Sasso Marconi Nord op de A1 ten zuiden van Bologna. Daar staat 'solo - only T' op de gele borden. Vraag na het betalen om een bonnetje en bewaar dat, dan kun je bij discussie laten zien dat je betaald hebt.
Welke tolklasse heeft jouw auto?
Het tolbedrag hangt af van de afstand en de klasse van je voertuig. In Italië telt de hoogte bij de vooras en het aantal assen. De meeste personenauto's vallen in klasse A: twee assen en bij de vooras lager dan 1,30 meter. Is je auto daar hoger, dan is het klasse B. Met een caravan of aanhanger tel je de assen bij elkaar op: een auto met een eenassige caravan heeft er drie en valt in klasse 3, met een tweeassige caravan wordt het klasse 4. Op de Pedemontana in Lombardije geldt een eigen indeling met vier klassen.
Gratis rijden kan volgens de ANWB op de A2 van Salerno naar Reggio di Calabria. Voor de grote toltunnels naar Italië, de Mont-Blanc-, de Fréjus- en de Grote Sint-Bernardtunnel, betaal je apart; daar werkt de tolbadge voor zover bekend niet.
Tol mijden loont zelden
Binnendoor rijden om tol te sparen duurt volgens de ANWB vaak langer en is uiteindelijk duurder door de extra brandstof. Reken het zelf na: vul de snelwegroute en de binnendoorroute in onze benzinekosten-rekenhulp in en vergelijk het verschil met de tol. Een omweg over bergpassen kost door klimmen en remmen al snel meer liters dan je denkt.
Onderweg naar Italië kom je meestal door Zwitserland of Oostenrijk, waar je wel vooraf een vignet nodig hebt. Lees daarover onze stukken over het vignet in Zwitserland en het vignet in Oostenrijk. Rijd je via Frankrijk, kijk dan ook hoe tol in Frankrijk werkt. En of je beter in Italië of daarvoor kunt tanken, lees je in ons stuk over tanken in Italië.
Bron: ANWB