Na accijns en ETS2: wat de BTV doet met je tankprijs

Gepubliceerd:

Dieselpomp met biodieselsticker bij een klein tankstation in Duitsland

Archieffoto

Foto: Ikar.us via Wikimedia Commons · Licentie: CC BY 3.0 DE

Naast accijns en straks ETS2 zit er nog een klimaatregel in de literprijs: de brandstoftransitieverplichting. Leveranciers moeten elk jaar meer CO2-reductie aantonen, en die certificaten kosten geld.

Bij een duurdere liter benzine of diesel denken de meeste automobilisten aan de olieprijs of de accijns. Vanaf 2028 komt daar het Europese emissiehandelssysteem voor brandstoffen bij, ETS2. Maar er zit nu al een derde klimaatregel in de prijs aan de pomp, waar bijna niemand van gehoord heeft: de brandstoftransitieverplichting, kortweg BTV. Dit weekend kwam die regel weer in het autonieuws. We leggen uit hoe hij werkt, op basis van de uitleg van de Nederlandse Emissieautoriteit en de Autoriteit Consument & Markt.

Wat is de BTV? Bedrijven die brandstof leveren aan het verkeer, moeten de uitstoot van broeikasgassen van die brandstof elk jaar met een bepaald percentage verlagen. Dat staat in de Wet milieubeheer en de regels voor hernieuwbare energie in vervoer, die de Europese richtlijn RED3 uitvoeren. Nederland moet in 2030 minstens 14,5 procent minder uitstoot halen uit brandstoffen voor vervoer, gerekend over de hele keten van bron tot verbranding. De verplichting geldt voor leveranciers die per jaar 500.000 liter of meer leveren aan een sector, zoals het wegverkeer. De totale verplichting wordt volgens de NEa ieder jaar groter.

Geen bijmengplicht, wel een rekening. De BTV werkt met verhandelbare emissiereductie-eenheden, ERE's. Eén ERE staat voor 1 kilo minder CO2-uitstoot. Een leverancier kan ERE's verdienen door zelf hernieuwbare brandstof te leveren, zoals biodiesel, of ze kopen van bedrijven die meer hebben gedaan dan nodig. De NEa benadrukt dat het daarom geen bijmengverplichting is: een leverancier kiest zelf hoe hij aan zijn plicht voldoet. Elk jaar vóór 1 april moeten genoeg ERE's op de rekening staan bij het register van de NEa. Over de prijs van ERE's spreken bedrijven onderling af; de NEa bemoeit zich daar niet mee.

Zo komt het in jouw literprijs. Gratis is het voor de leverancier niet: ERE's kopen kost geld, en wie ze zelf wil verdienen moet hernieuwbare brandstof inkopen en leveren. De ACM houdt daar rekening mee in haar monitor van brandstofprijzen. Bij het schatten van de inkoopprijs van een tankstation telt de toezichthouder de kosten van duurzaamheidscertificaten op bij de groothandelsprijs, omdat die nodig zijn om aan de regels te voldoen. In 2025 ging dat nog om zogeheten HBE's, vanaf 2026 om ERE's. Met andere woorden: een deel van wat je aan de pomp betaalt, is de prijs van deze certificaten. Hoeveel cent per liter dat precies is, hangt af van de marktprijs van ERE's en verschilt per jaar.

Wat betekent dit voor jou? Drie dingen zijn handig om te weten:

  • Je ziet de BTV nergens apart op de bon, maar hij zit wel in de prijs, net als de accijns en de btw.
  • Omdat de verplichting elk jaar stijgt, drukt hij geleidelijk op de prijs, los van wat de olieprijs doet.
  • ERE's gelden alleen in Nederland. België en Duitsland hebben hun eigen systemen, dus prijsverschillen over de grens hebben ook hiermee te maken.

Wil je weten wat een paar cent per liter voor jou betekent? Reken het uit met de tankkosten-calculator: bij een tank van 50 liter is elke cent per liter 50 cent per tankbeurt. Woon je in de buurt van de grens, kijk dan met tanken over de grens of een rit naar België of Duitsland loont.

Bron: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en ACM

Zelf uitrekenen

← Terug naar het nieuwsoverzicht