
Shell Recharge-laadstation
Via Shell Recharge betaalde een lezer 55 ct/kWh bij een werkgevers-paal van 30 ct, plus blokkeerkosten. De Shell-app toont daar geen prijs; je betaalt het standaardtarief van Shell.
Wie elektrisch rijdt, denkt vaak: de prijs staat op de paal, dus die betaal ik. Bij laden via een laadpas werkt dat anders. De exploitant van de laadpaal (de CPO) stelt een basistarief in, maar de aanbieder van je laadpas of -app (de e-MSP) mag daar eigen kosten bovenop zetten. Bij Shell Recharge kan dat verschil bij bedrijfspalen groot uitpakken: de app toont geen prijs, terwijl je wél Shells standaardtarief betaalt.
Ervaring van een lezer. Een lezer laadde bij een laadpaal van de werkgever die 30 cent per kWh rekent. Via Shell Recharge betaalde die lezer 55 cent per kWh — bijna het dubbele — plus blokkeerkosten. De werkgever ontving 30 cent. In de Shell-app was het punt niet zichtbaar en was vooraf geen prijs te zien.
Wat Shell zelf schreef. In een schriftelijk antwoord van de klantenservice van Shell aan een lezer, 11 augustus 2026, staat letterlijk:
De Shell app en het laadnetwerk zijn ingericht voor het gebruik bij Shell laadpunten en openbare laadpunten van roaming partners, hier vallen business units in eigen beheer niet onder. Zoals u aangeeft is het punt niet zichtbaar in de app. U betaald [sic] altijd het standaard tarief van Shell bij gebruik van een Shell laadpas en mogelijke blokkeerkosen [sic] bij 3e partij roaming partners. […] Custom tarieven zijn niet mogelijk met deze laadpas.
Kort gezegd: bedrijfspalen in eigen beheer vallen buiten het Shell-netwerk zoals de app dat toont. Je ziet het punt — en dus geen tarief — niet in de app, maar je betaalt wél het standaardtarief van Shell, met mogelijke blokkeerkosten bij roamingpartners van derden. Een lager of “custom” tarief van de paaleigenaar kun je met die pas niet doorzetten.
Zo zit de prijs in elkaar. Volgens de ANWB bestaat het tarief van een laadpaal uit een bedrag per kWh, soms aangevuld met een starttarief of een tarief per tijdseenheid. Daarnaast rekent de laadpasaanbieder vaak extra kosten: een opslag per kWh, een starttarief per sessie of een abonnement. Die kosten betaal je niet aan de paalbeheerder, maar aan de partij achter je pas. De ACM beschrijft hetzelfde: het MSP-tarief bestaat doorgaans uit een kWh-prijs, mogelijk een starttarief en een mogelijke opslag. Sommige MSP’s rekenen een opslag per kWh of een percentage van het totaal. Milieu Centraal noemt als gemiddelden ongeveer 49 cent per kWh bij een publieke paal en 70 cent bij een snellader, en benadrukt dat de laadpasaanbieder kosten bovenop het paaltarief mag zetten.
Starttarief en blokkeerkosten. Een starttarief is een vast bedrag per sessie, los van het aantal kWh. Blokkeerkosten (of een tijdtarief) moeten voorkomen dat een auto onnodig lang een paal bezet houdt. Volgens de ANWB geldt bij een blokkeertarief na een bepaalde periode — vaak drie of vier uur — een tarief per minuut. In de Shell-reactie worden blokkeerkosten expliciet genoemd bij laden via roamingpartners van derden. Wie bij de werkgever blijft staan tot de auto vol is, kan dus zowel een hoger kWh-tarief als blokkeerkosten treffen.
Wat de wet verlangt. De ACM eist dat consumenten vóór het laden kunnen zien wat een sessie kost, inclusief de prijselementen, bij de paal of online (ACM, 2020). Europees schrijft de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR, verordening (EU) 2023/1804) voor dat prijzen van exploitanten én laaddienstverleners redelijk, transparant en niet-discriminerend moeten zijn. Laaddienstverleners moeten vóór een geplande sessie via breed toegankelijke digitale middelen alle prijscomponenten tonen, inclusief e-roamingkosten en andere opslagen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bevestigt in een kamerbijlage van november 2024 dat prijstransparantie bij laadpassen nog onvoldoende is en dat de ACM daarop toeziet. Een situatie waarin de app het punt niet toont en je toch het standaardtarief betaalt, botst met dat streven naar vooraf zichtbare prijzen. De Consumentenbond wijst erop dat bij dezelfde paal per laadpas andere tarieven kunnen gelden, en dat bijna de helft van de EV-rijders (meestal) niet weet welke prijs zij bij een publieke paal betaalt (Consumentenbond).
Tips die echt schelen.
- Check de prijs vóór je laadt — in de app, op de paal of via QR. Is het punt of het tarief niet zichtbaar, start dan niet blind met je privépas.
- Laad je bij je werkgever: laat je laadpas daar registreren, of gebruik de laadmethode of -pas van de werkgever zelf. Zo betaal je het tarief dat de werkgever hanteert (in het lezersvoorbeeld 30 ct), in plaats van het standaardtarief van Shell Recharge.
- Let op blokkeer- en tijdtarieven, vooral als je langer stilstaat of via roaming laadt.
- Vergelijk passen: kies waar mogelijk een pas die het paaltarief doorrekent zonder flinke kWh-opslag, of reken abonnement versus starttarief door aan de hand van hoe vaak je publiek laadt.
Wat betekent dit voor jouw kosten? Publiek laden is volgens Milieu Centraal al ongeveer het dubbele van thuisladen. Een standaardtarief van 55 ct waar de paaleigenaar 30 ct rekent, maakt dat verschil nog groter — vooral bij dagelijks laden op het werk. Reken met je eigen kilometers en kWh-prijs. Met onze tool elektrisch vs benzine, diesel en lpg zie je wat elektrisch rijden jou per jaar kost bij verschillende laadprijzen. Wil je een enkele rit doorrekenen met een prijs per kWh, gebruik dan ook de ritkosten-rekenhulp.
Bron: ANWB