
Archieffoto
Niet alle stroom die je betaalt komt in de accu van je elektrische auto. Uit metingen van de ADAC blijkt dat het gewone stopcontact het meest verspilt en een wallbox het minst.
Wie elektrisch rijdt, kijkt meestal naar het verbruik op de boordcomputer. Maar dat getal vertelt niet het hele verhaal. Bij het laden gaat altijd een deel van de stroom verloren voordat het in de accu zit, en dat deel betaal je wel. De Duitse automobilistenclub ADAC heeft gemeten hoe groot dat laadverlies is en waar het ontstaat. Het onderzoek staat op de site van de ADAC.
Het stopcontact verspilt het meest
De ADAC laadde vijf elektrische auto's op drie manieren: aan een gewoon stopcontact (2,3 kW), aan een wallbox op volle kracht (11 of 22 kW) en aan een wallbox op laag vermogen (4,1 kW), zoals bij laden met overtollige stroom van zonnepanelen. Gemeten werd steeds tussen 10 en 90 procent acculading, met een accu van 20 tot 30 graden.
Aan het stopcontact ging 12,7 tot 24,2 procent van de stroom verloren. De uitschieter was een Mercedes CLA, waarvan de ingebouwde lader maar met 8 ampère laadt. Bij de andere auto's lag het verlies tussen 12,7 en 15,3 procent. Aan de wallbox op vol vermogen was het verlies ongeveer de helft: 5,1 tot 7,0 procent. Laden op het lage zonnepanelenvermogen zat er tussenin, met 8,0 tot 12,8 procent.
Waarom langzaam laden duurder is
De accu slaat alleen gelijkstroom op, terwijl het net wisselstroom levert. De lader in de auto zet die stroom om, en daarbij gaat energie verloren. Daarnaast staan tijdens het laden allerlei regelsystemen aan in de auto. Volgens de ADAC vragen die alleen al 100 tot 300 watt. Hoe langer de auto aan de kabel hangt, hoe meer stroom daaraan opgaat. Een lange of oude verlengkabel naar het stopcontact maakt het nog erger. De vuistregel van de ADAC: bij laden met wisselstroom geldt hoe hoger het vermogen, hoe korter het laden en hoe kleiner het verlies.
Snelladen: weinig omzetverlies, maar kou kost stroom
Bij een snellader gebeurt het omzetten in de laadpaal zelf. Dat verlies was gemiddeld 3 procent. Maar een koude accu moet eerst worden opgewarmd, en die stroom komt uit de paal. Dat kostte in de test 2 tot 8 procent extra. Alles bij elkaar kwam het verlies bij snelladen uit op 5 tot 15 procent. Je accu onderweg voorverwarmen scheelt tijd aan de paal, maar geen energie: die stroom gaat dan tijdens het rijden op. Omdat snelladen per kWh meestal veel duurder is, maakt het kleinere verlies dat volgens de ADAC niet goed.
Wat betekent dit voor jou?
Een rekenvoorbeeld met de gemeten cijfers van de VW ID.7 en een voorbeeldprijs van 30 cent per kWh. Wil je 50 kWh in de accu krijgen, dan haal je via het stopcontact (15,3 procent verlies) zo'n 59 kWh uit het net. Via de wallbox (6,9 procent) is dat ongeveer 53,7 kWh. Dat scheelt 5,3 kWh, ofwel ongeveer 1,60 euro per keer. Laad je zo per jaar 2.500 kWh in de accu, dan loopt het verschil op tot ruim 260 kWh, ongeveer 80 euro bij die voorbeeldprijs. Met jouw eigen stroomprijs kan het meer of minder zijn.
De praktische lessen:
- Gebruik het gewone stopcontact alleen als het niet anders kan. Het is niet alleen duurder, de ADAC raadt het ook om veiligheidsredenen af.
- Laad je aan een wallbox, zet hem dan op het hoogste vermogen dat je auto aankan.
- Laden met eigen zonnestroom kost wat meer verlies, maar die stroom is voor jou het goedkoopst.
- Vergelijk eens de kWh op je laadpas- of energierekening met het verbruik op de boordcomputer. Het verschil is je laadverlies.
Een openbare laadpaal in de straat werkt technisch net als een wallbox: ook daar zet de lader in je auto de wisselstroom om.
Wil je weten wat elektrisch rijden je per kilometer kost, inclusief een realistisch verbruik? Tel bij het verbruik van je boordcomputer het laadverlies op en vul dat in bij onze rekenhulp elektrisch, benzine, diesel en lpg vergelijken. Zo zie je eerlijk wat een kilometer kost tegenover tanken.
Zelf uitrekenen: Laadkosten elektrische auto berekenen
Bron: ADAC