Inflatie 3,7%: energie en brandstof 14,4% duurder

Gepubliceerd:

Een benzinepomp in 1985 waarop de benzineprijs boven de twee gulden per liter staat

Archieffoto 1985

Foto: Sjakkelien Vollebregt/Anefo, Nationaal Archief via Wikimedia Commons · Licentie: CC0

De inflatie liep in oktober op naar 3,7 procent, blijkt uit de snelle raming van het CBS. Energie inclusief motorbrandstoffen was 14,4 procent duurder dan een jaar eerder. Boodschappen werden juist iets goedkoper.

Het leven in Nederland is in oktober 3,7 procent duurder geworden dan een jaar eerder. Dat blijkt uit de snelle raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek, die woensdagochtend verscheen. In september lag de inflatie nog op 3,4 procent. Opnieuw is energie, inclusief benzine en diesel, de grootste aanjager.

De cijfers op een rij. Het CBS deelt bij de snelle raming nog geen prijzen per product, maar wel per productgroep. De groep energie inclusief motorbrandstoffen was in oktober 14,4 procent duurder dan een jaar eerder. In september was dat 13,8 procent. Voedingsmiddelen, dranken en tabak werden juist 0,6 procent goedkoper; een maand eerder was die daling nog 1,2 procent. Diensten stegen net als in september met 3,9 procent, en industriële goederen zonder energie werden 1,9 procent duurder (was 1,5 procent). Consumptie in het buitenland, zoals uitgaven op vakantie, steeg met 8,6 procent.

Ook van maand op maand omhoog. Ten opzichte van september stegen de consumentenprijzen in oktober met 0,7 procent. Dat is iets meer dan normaal: in de afgelopen tien jaar lagen de prijzen in oktober gemiddeld 0,5 procent hoger dan in september. Volgens de Europese meetmethode (HICP), waarin de kosten van wonen in een eigen huis niet meetellen, kwam de Nederlandse inflatie uit op 3,3 procent, tegen 3,0 procent in september.

Hoogste stand dit jaar. Met 3,7 procent ligt de inflatie boven de 3,5 procent van mei, tot nu toe de piek van 2026. In januari en februari stond de teller nog op 2,4 procent. Het is wel een raming op basis van onvolledige gegevens. De definitieve cijfers, met ook de gemiddelde prijzen van benzine en diesel, publiceert het CBS op 10 november. Vorige maand zagen we bij die definitieve cijfers dat vooral tanken het leven duurder maakte.

Wat betekent dit voor jou? Een stijging van 14,4 procent in een jaar is veel. Een rekenvoorbeeld: gaf je een jaar geleden € 100 per maand uit aan brandstof en energie, dan is dat bij dezelfde prijsstijging nu ruim € 114. Over een heel jaar is dat ruim € 170 extra, zonder dat je één kilometer meer rijdt of de verwarming hoger zet. Let op: het CBS-cijfer is een gemiddelde over stroom, gas en motorbrandstoffen samen. Jouw eigen literprijs kan hoger of lager liggen, afhankelijk van waar en wanneer je tankt.

Reken je eigen kosten uit. Vul je literprijs en tankinhoud in bij onze tankkosten-rekenhulp en zie meteen wat een volle tank nu kost. Met de ritkosten-rekenhulp zie je wat je vaste rit naar werk per maand kost. Woon je dicht bij de grens, reken dan met tanken over de grens uit of een tankbeurt in België of Duitsland na het omrijden echt iets oplevert. Twijfel je over elektrisch rijden, zet de kosten dan naast elkaar met de vergelijker voor elektrisch, benzine, diesel en lpg.

Onze duiding. Het beeld van de afgelopen maanden houdt aan: boodschappen worden niet duurder, maar energie en brandstof drukken de inflatie omhoog. Wie veel moet rijden, voor werk of omdat de bus geen optie is, voelt dat het eerst. Zolang de olieprijs hoog blijft, loont het om op je verbruik te letten. Rustig optrekken, op tijd opschakelen, de banden op de juiste spanning en korte ritten combineren schelen samen al snel liters per maand. En houd 10 november in de gaten: dan weten we precies wat een liter benzine en diesel in oktober gemiddeld kostte.

Bron: CBS

Zelf uitrekenen

← Terug naar het nieuwsoverzicht