
Archieffoto
Uit metingen in 600.000 auto's blijkt dat benzine- en dieselauto's op de weg zo'n 20 procent meer verbruiken dan de officiële WLTP-waarde. Bij plug-in hybrides is het gat veel groter.
Wie een auto koopt, kijkt vaak naar het verbruik in de brochure of op de website van de fabrikant. Dat getal komt uit de WLTP-test: de vaste Europese testprocedure in het laboratorium waarmee nieuwe auto's officieel worden goedgekeurd. Toch merken veel automobilisten aan de pomp dat ze vaker moeten tanken dan die waarde doet vermoeden. Dat is geen inbeelding. De Europese Commissie heeft het met echte rijgegevens nagemeten.
Gemeten in de auto zelf. Sinds januari 2021 moet elke nieuwe personenauto en kleine bestelauto die op benzine of diesel kan rijden een meter aan boord hebben die het brandstofverbruik en de gereden kilometers bijhoudt. Fabrikanten lezen die gegevens uit, bijvoorbeeld via een internetverbinding of tijdens een onderhoudsbeurt, en sturen ze elk jaar naar Brussel. De eerste analyse gaat over auto's die in 2021 voor het eerst zijn ingeschreven, met gegevens van een steekproef van zo'n 600.000 auto's.
Ongeveer een vijfde meer. De uitkomst: benzine- en dieselauto's verbruiken op de weg gemiddeld ongeveer 20 procent meer dan hun officiële WLTP-waarde. Bij benzineauto's was het verschil 23,7 procent, bij dieselauto's 18,1 procent. Omgerekend is dat 1 tot 1,5 liter per 100 kilometer extra. De Commissie schrijft dat dit verschil was verwacht. In het lab kun je namelijk niet alles nabootsen wat op de weg gebeurt: drukte en files, heuvels, de staat van het wegdek, de buitentemperatuur, het gebruik van de airco en andere elektronica, en de rijstijl van de bestuurder.
Plug-in hybrides: het gat is veel groter. Bij plug-in hybrides, auto's met een stekker én een brandstofmotor, lag de echte CO2-uitstoot gemiddeld 3,5 keer zo hoog als de officiële waarde, ongeveer 4 liter per 100 kilometer meer. De oorzaak volgens de Commissie: deze auto's worden veel minder vaak opgeladen en elektrisch gereden dan de test aanneemt. De rekenregel voor het aandeel elektrische kilometers in de test is daarom aangepast; die wijziging geldt vanaf 2025 en kan later nog verder worden bijgesteld.
Wat betekent dit voor jou? Reken bij het kiezen of vergelijken van een auto niet blind met het getal uit de folder. Een rekenvoorbeeld: een benzineauto met een WLTP-verbruik van 5,5 liter per 100 kilometer komt met 23,7 procent erbij uit op ongeveer 6,8 liter. Rijd je 15.000 kilometer per jaar, dan is dat ruim 1.020 liter in plaats van 825 liter, zo'n 195 liter meer. Bij de gemiddelde pompprijs voor Euro95 van € 2,465 die het CBS op 28 september 2026 mat, scheelt dat ruim € 480 per jaar. Het is een gemiddelde: de ene bestuurder zit eronder, de andere ruim erboven.
Meet je eigen verbruik. Het eerlijkste getal is je eigen verbruik. Tank de tank vol, zet de dagteller op nul, en tank bij de volgende beurt weer helemaal vol. Het aantal getankte liters gedeeld door de gereden kilometers, keer 100, is je verbruik per 100 kilometer. Met onze rekenhulp brandstofverbruik berekenen doe je dat in een paar tellen, en reken je ook om naar kilometers per liter. Vul dat echte verbruik daarna in bij de ritkosten-berekening of bij elektrisch, benzine, diesel en lpg vergelijken, dan klopt de uitkomst veel beter dan met de fabriekswaarde.
Rijd je een plug-in hybride? Dan maakt laden het grootste verschil. Wie vooral korte ritten op de accu rijdt en elke nacht de stekker erin doet, komt dichter bij de officiële waarde. Wie zelden laadt, rijdt in feite met een zware benzineauto en tankt dat ook. Vergelijk het voor je eigen situatie dus met het verbruik dat je echt haalt, niet met de belofte uit de brochure.