
Oliepijpleidingen in Saoedi-Arabië
Op 9 maart 2020 kelderde Brent met 25 procent naar 33 dollar. Saudi-Arabië dreigde meer olie op te pompen om Rusland onder druk te zetten.
Archief – nieuws van 9 maart 2020.
Op maandagochtend 9 maart 2020 stortte de oliemarkt in. Een vat Brent-olie werd in één klap 25 procent goedkoper en kostte nog 33 dollar, de laagste prijs in vier jaar, meldde de NOS. De aanleiding was geen ramp of oorlog, maar een ruzie tussen twee olieproducenten: Saudi-Arabië en Rusland.
In het kort
- Brent daalde op 9 maart 2020 met 25 procent naar 33 dollar per vat.
- Saudi-Arabië dreigde de productie op te voeren nadat Rusland een productiebeperking weigerde.
- De daling van een derde was volgens de NOS de grootste sinds de Golfoorlog van 1991.
Hoe kwam het zover? In de week ervoor had OPEC, onder leiding van Saudi-Arabië, geprobeerd afspraken te maken om minder olie op te pompen. De olieprijs zakte al door de economische onrust rond het coronavirus, en minder aanbod moest die daling stoppen. Rusland is geen lid van OPEC, maar wel een belangrijke bondgenoot. Moskou wilde niet meedoen, en daarmee kwam er van de beperking weinig terecht. Riyad reageerde met het tegenovergestelde: het dreigde juist méér te gaan produceren. Zo wilde het land Rusland dwingen alsnog aan tafel te komen.
Chaos op de beurzen. Op de Aziatische markten was de handel volgens de NOS chaotisch. Brent zakte op enig moment tot 31 dollar, Amerikaanse ruwe olie zelfs tot 27 dollar. De beurs van Tokio sloot 5 procent lager, die van Seoul ruim 4 procent. Een lage olieprijs klinkt als goed nieuws, maar voor landen die bijna volledig van olie-inkomsten leven, zoals de meeste OPEC-leden, is het funest. Ook voor Rusland was het een zware financiële klap.
Een gok met hoge inzet. Een prijzenoorlog is een spel van uithoudingsvermogen. Wie de laagste kosten heeft en de grootste reserves, houdt het het langst vol. Saudi-Arabië rekende erop dat het die strijd kon winnen. Maar het moment was ongelukkig: tegelijk begon de vraag naar olie weg te vallen, omdat het coronavirus zich over de wereld verspreidde. Een maand later moesten beide landen alsnog samen om de tafel. Dat leidde in april 2020 tot de grootste productiebeperking ooit.
Wat merkte je ervan aan de pomp? Minder dan je zou denken. Een daling van 25 procent in de olieprijs betekent niet dat een liter benzine een kwart goedkoper wordt. In Nederland bestaat een groot deel van de pompprijs uit accijns en btw. Accijns is een vast bedrag per liter, dat niet meebeweegt met de olieprijs. Ook de kosten van raffinage, transport en het tankstation blijven grotendeels gelijk. Daardoor wordt een forse val in de ruwe olie aan de pomp een veel bescheidener daling, die bovendien met vertraging komt. Pompprijzen volgen de groothandelsprijzen van benzine en diesel, en niet rechtstreeks de prijs van een vat ruwe olie.
Waarom dit nog steeds relevant is. De prijzenoorlog van 2020 laat zien hoe sterk de olieprijs afhangt van afspraken tussen een handvol landen. Een conflict tussen twee producenten kan de markt binnen een paar uur op zijn kop zetten, in beide richtingen. Wie veel rijdt, kan van zo'n schok merken dat de prijs aan de pomp in de weken erna anders beweegt dan verwacht. Wie een vaste rit heeft, doet er goed aan om de kosten per maand te kennen. Dan zie je meteen wat een prijsverandering van een paar cent per liter echt betekent.
Reken het zelf uit. Wil je weten wat een paar cent verschil per liter doet met jouw budget? Vul je tankinhoud en de literprijs in bij de tankkosten-rekenhulp. Voor een vaste rit naar je werk of familie gebruik je de ritkosten-calculator. Zo zie je of een prijsdaling op de oliemarkt voor jou een paar euro scheelt, of eigenlijk niets.
Les voor de lange termijn. De gebeurtenissen van maart 2020 maakten ook duidelijk dat een lage olieprijs niet vanzelf blijft. Producenten die er geld op verliezen, gaan uiteindelijk minder oppompen, en dan loopt de prijs weer op. Voor automobilisten is het daarom verstandiger om op hun eigen verbruik te sturen dan om te gokken op de volgende beweging van de markt.
Bron: NOS