
ANWB-expert Jos van der Drift bij Radar: stationair warmdraaien in de kou is slecht voor motor en milieu. De auto wordt het snelst warm als je rijdt. Krabben en rustig wegrijden werkt beter.
De eerste koude ochtenden lokken een oude gewoonte uit: motor aan, even warmdraaien, ruiten laten ontdooien terwijl je nog een kop koffie drinkt. Het voelt logisch. Volgens ANWB-auto-expert Jos van der Drift in een Radar-item is stationair opwarmen van een koude motor in meerdere opzichten geen goed idee. De auto wordt het snelst warm als je ermee gaat rijden – niet als hij stil voor de deur staat te toeren.
Voor Nederlandse chauffeurs met hoge pompprijzen is dat dubbel relevant. Je verbrandt brandstof terwijl de kilometerteller stilstaat, en je doet je techniek geen plezier.
Waarom warmdraaien niet werkt
Van der Drift legt het simpel uit: voor een auto is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk op temperatuur komt. Stationair hoeft de motor bijna geen inspanning te leveren. Daardoor duurt het juist veel langer voordat de auto warm is. Wat je hoopt te bereiken – sneller comfort, “zachtere” motor – bereik je door te rijden, niet door stil te blijven staan.
Die snelle opwarming is volgens de ANWB-woordvoerder ook van belang voor de levensduur van de motor. Blijft de motor langer koud, dan kan hij sneller slijten. Moderne benzine- en dieselmotoren zijn gemaakt om na het starten te rijden onder lichte belasting, niet om minutenlang stationair in de kou te draaien.
Milieu Centraal sluit daarbij aan in de tippen voor zuinig rijden: laat de motor bij koud weer niet stationair draaien om de auto op te warmen. Het is zinloos, slecht voor de motor en slecht voor het milieu. De olie warmt pas goed op zodra je rijdt; stationair houden verlengt de koude fase. Bij benzineauto’s wordt de katalysator tijdens stationair draaien in de kou niet snel genoeg warm, waardoor die niet of nauwelijks werkt – met extra luchtvervuiling tot gevolg. Bij temperaturen onder nul stoot de auto meer schadelijke stoffen uit dan met een warme motor, vaak midden in woonwijken.
Vuilste uitlaatgassen – voor de deur
Radar haalt Van der Drift aan over wat je ruikt als je achter zo’n stilstaande auto staat: de vuilste uitlaatgassen die er zijn. Dat is niet alleen een milieupunt, maar ook een buurtpunt. Wie ’s ochtends vijf minuten warmdraait terwijl de kinderen naar school lopen of buren de fiets pakken, blaast die koude, onvolledig gereinigde uitlaatgassen precies daar de lucht in.
Volgens de ANWB-expert is lang warmdraaien tijdens het krabben vaak vooral gemak: motor aan, koffie, minder krabben. Radar en de ANWB raden dat expliciet af.
Wat wél helpt op een koude ochtend
Van der Drift geeft in Radar concrete alternatieven:
- Zet je wekker een kwartiertje eerder, zodat je tijd hebt om de ruiten ijsvrij te maken zonder haast.
- Leg de avond ervoor een isolerende deken over de voorruit – dat scheelt krabben.
- Houd ruitenkrabber en eventuele ruitenontdooier bij de hand, zodat je niet alsnog de motor start “omdat het zo lang duurt”.
Milieu Centraal noemt dezelfde lijn: bij aanhoudend koud weer een beschermende ijsdeken of folie op de voorruit – de eenvoudigste en milieuvriendelijkste manier om krabben te voorkomen.
Praktisch ritueel:
- IJsdeken of folie de avond ervoor.
- Krabben met de motor uit – of alleen starten als je direct wegrijdt.
- Rustig wegrijden zodra je veilig zicht hebt. Geen vol gas tot de motor op temperatuur is.
- Bij langere stops (overweg, lange rij voor rood): motor uit als dat past bij jouw auto en situatie.
Stoplichten, start-stop en “even wachten”
Stationair draaien is niet alleen een winterritueel. Het gebeurt ook bij bruggen, files en “ik ben zo terug”-momenten. Milieu Centraal noemt het start-stopsysteem als hulpmiddel: de motor gaat automatisch uit als de auto stilstaat, bijvoorbeeld bij een stoplicht, zodat hij niet onnodig blijft lopen. Zet dat systeem aan in de stad.
Heb je geen start-stop? Dan geldt dezelfde logica: brandstof die je verbrandt zonder te rijden, komt niet terug als kilometers. Bij een stop van enkele seconden weegt herstarten soms zwaarder; bij een lange wachtrij is uitschakelen zinvoller.
Wat merk je aan de pomp?
Exacte liters per uur stationair hangen af van motor en temperatuur; die cijfers staan niet in het Radar-item, dus die verzinnen we niet. Wat wél duidelijk is: elke minuut warmdraaien is verbruik zonder afstand, plus extra slijtage en uitstoot. Op korte winterritjes speelt het harder: de motor komt amper op temperatuur, en wie óók nog vijf minuten vooraf warmdraait, verlengt die koude, onzuinige fase bewust.
Milieu Centraal koppelt een zuinige rijstijl in het algemeen aan tot zo’n 10 procent minder brandstof. Warmdraaien schrappen is een van de makkelijkste onderdelen daarvan: je hoeft niets te kopen en geen hele rijstijl te herleren – alleen een ochtendgewoonte te laten vallen.
Wil je jouw eigen verbruik eerlijk meten? Noteer een week met de oude warmdraai-gewoonte en een week zonder, over vergelijkbare ritten. Vul liters en kilometers in bij de verbruikscalculator. Zo zie je of minder stationair draaien bij jouw auto en routes echt scheelt.
Comfort zonder stationair toeren
Veel mensen warmdraaien voor comfort: warme handen, heldere ruiten. Dat comfort komt sneller als je rijdt. De kachel gebruikt warmte van de motor; die warmte komt pas echt op gang onder belasting. Stationair blijft de kachel vaak lauw, terwijl de uitlaat al wel vuile gassen produceert.
Handige alternatieven: stoel- en stuurverwarming waar aanwezig, ruitverwarming ná het wegrijden, en een jas tot de kachel meekomt. Voor elektrische auto’s geldt een ander verhaal (voorverwarmen via accu of laadpaal); dit gaat over de klassieke benzine- en dieselreflex.
Wie de kosten van woon-werk in de winter wilt doorrekenen, kan dat met de ritkostentool. Combineer dat met je echte verbruik uit de verbruikscalculator, dan zie je sneller of kleine gewoontes optellen.
Kortom
De ANWB is via Radar helder: laat de koude motor niet stationair warmdraaien tijdens het krabben. De auto wordt het snelst warm als je rijdt; stationair duurt het langer, slijt de motor sneller en produceert vieze uitlaatgassen voor de deur. IJsdeken, eerder opstaan, krabben, rustig wegrijden – zo spaar je brandstof, motor én de lucht in je straat.
Bron: Radar (AVROTROS) / ANWB